Geen zin in seks

Wanneer iemand geen (of minder) zin heeft in seks, spreken we over een libidostoornis. Dit probleem kan omschreven worden als een aanhoudend of terugkerend gebrek aan seksuele fantasieën en het verlangen naar seksuele activiteit. 

Voor zowel mannen als vrouwen geldt dat een grote verscheidenheid aan factoren aan de basis kan liggen van een verminderd of afwezig seksueel verlangen. Psychologische factoren zoals angst, depressie, laag zelfbeeld, ... maar ook relationele factoren kunnen een rol spelen: conflicten met de partner, verminderde emotionele intimiteit, twijfel over de relatie, ... . Vaak zijn praktische factoren mede verantwoordelijk voor het ontstaan en in stand houden van dit probleem. Heel wat koppels gaan met twee uit werken en combineren dit met de zorg voor hun kinderen. Hoewel dit in de huidige maatschappij de normaalste zaak van de wereld is, is het niet evident is voor koppels om voldoende kwalitatieve tijd samen door te brengen. Dit kan gevolgen hebben voor hun emotioneel en seksueel leven.

Meestal is er niet één duidelijke oorzaak, maar ligt een complexe combinatie van bovenvernoemde factoren aan de basis van het probleem.

In de praktijk zien we echter dat de diagnose van libidostoornis of verminderd seksueel verlangen niet zo vaak wordt gesteld. Heel vaak is geen van beide partners ‘dysfunctioneel’ maar gaat het om een verschil in seksueel verlangen tussen partners. Er is immers geen objectieve maatstaf om te bepalen hoe vaak er gevreeën moet worden. 

De definitie van een libidostoornis zoals in het begin omschreven, gaat reeds vele jaren mee en gaat terug op het oorspronkelijk model van Masters en Johnson. Dit model dateert uit de jaren 70 en maakt geen onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke seksualiteitsbeleving. De laatste decennia wordt echter steeds meer duidelijk dat mannen en vrouwen toch meer verschillen dan aanvankelijk gedacht. Vooral op het vlak van seksueel verlangen komt dit tot uiting.

Rosemary Basson heeft een specifiek seksueel responsmodel voor vrouwen ontwikkeld. Dit model stelt emotionele intimiteit als één van de belangrijkste drijfveren voor vrouwen om te vrijen. Seksueel verlangen bij mannen kan omschreven worden als een 'spontaan seksueel verlangen', dat grotendeels lichamelijk bepaald wordt en gewoon opborrelt zonder dat de man er iets voor moet doen. Hoewel vrouwen zeker ook dit spontaan seksueel verlangen kunnen ervaren, is een belangrijke plaats weggelegd voor het 'receptief seksueel verlangen'. Hiermee wordt het seksueel verlangen bedoeld dat ontstaat wanneer een vrouw zich receptief opstelt voor seksuele prikkels, er zich voor openstelt. Een vrouw kan er bewust voor kiezen om seksuele prikkels toe te laten en op die manier seksueel verlangen en seksuele opwinding te laten ontstaan. Belangrijk is dat een vrouw de zin ervaart om zin te ‘maken’. De factoren die een rol spelen in dit receptief verlangen zijn van psychologische aard (hoe goed voel ik me in mijn vel?, sta ik dicht genoeg bij mijn partner?, kan ik me ontspannen na een drukke werkdag? Ik voel me vooral moeder en veel minder partner, ...). Dit sluit aan bij de idee dat seksualiteit voor vrouwen voor een groot stuk samenhangt met gevoelens (en minder met louter lichamelijke noden). 

Vanuit deze vernieuwde kijk op het vrouwelijk seksueel verlangen staan seksuologen de dag van vandaag achter de stelling dat een vrouw die zelden of nooit spontaan seksueel verlangen ervaart maar er wel in slaagt zich open te stellen voor seksuele stimulatie en zo het verlangen laat ontstaan (receptief seksueel verlangen) perfect normaal is.

De meeste vrouwen die zich bij een seksuoloog aanmelden met een probleem van geen of te weinig zin, ervaren geen of weinig spontaan verlangen. Hierbij hebben ze vaak problemen met het receptief seksueel verlangen. Ze vinden het moeilijk om zich open te stellen. Vaak heeft dit te maken met een complexe cocktail van emotionele, relationele en praktische factoren. Het goede nieuws is dat je hieraan kan werken. Door op zoek te gaan naar de factoren die voor jou een rol spelen en hiermee aan de slag te gaan.

Over de mogelijke lichamelijke factoren bij een gebrek aan seksueel verlangen bij vrouwen is de laatste jaren veel discussie. (Spontane) zin in seks zou bij vrouwen afnemen door een gebrek aan oestrogenen en androgenen. De onderzoeksresultaten zijn echter niet eenduidig. Tot op heden wordt androgeensubstitutie bij lichamelijk gezonde vrouwen met verminderde zin in seks niet standaard voorgeschreven omdat de resultaten er niet zijn. De veronderstelling dat psychologische factoren bij vrouwen een cruciale rol spelen (zie hierboven), kan verklaren waarom medicatie geen soelaas biedt.

Hoewel het vaker bij vrouwen voorkomt, kunnen ook mannen soms geen of weinig zin hebben in seksueel contact. De invloed van hormonen is duidelijker bij de mannelijke seksualiteitsbeleving. Het hormoon dat instaat voor de zin in seks bij mannen is testosteron. Bij verlaagde testosteron in het bloed, zal de zin ook veel minder zijn. Chronische ziektes, innemen van medicatie, maar ook het ouder worden kan aan de oorzaak liggen van verlaagde testosteron. Ook andere hormonen kunnen een rol spelen.

Heel vaak spelen ook bij mannen echter psychologische of relationele factoren een rol. Tegenwoordig wordt er heel wat verwacht van mannen: ze moeten enerzijds zacht en zorgend zijn (de nieuwe man) maar moeten daarnaast ook hun mannelijkheid behouden, soms een moeilijke combinatie… Wanneer er onzekerheden zijn over hun eigen functioneren, uiterlijk, maar ook over de rol in een relatie, … kan dit leiden tot (tijdelijke) geen zin in seks. In een therapie gaan we samen op zoek naar mogelijke onderliggende factoren. Leren communiceren over dit beladen thema is vaak een beginpunt.