Pijn bij het vrijen (vaginisme, dyspareunie)

Het probleem van pijn bij het vrijen is een erg complex probleem waarmee heel wat vrouwen kampen. Er zijn twee mogelijke diagnoses: vaginisme en dyspareunia.

Vaginisme is een onwillekeurige samentrekking van de bekkenbodemspieren van een vrouw waardoor gemeenschap niet lukt, moeilijk is of pijn doet. Met onwillekeurig wordt bedoeld dat deze reactie niet bewust wordt gestuurd, de samentrekking gebeurt zonder dat de vrouw dit (bewust) wil. Vrouwen met vaginisme willen vaak wel gemeenschap maar hun lichaam reageert op een dusdanige manier dat penetratie niet mogelijk is of pijn doet. Meestal begrijpen ze zelf niet hoe dit komt. 

Het spannen van de bekkenbodemspieren gebeurt soms al voor er iets (penis, tampon of speculum) in de buurt van de vagina komt. Vrouwen met vaginisme denken vaak dat ze ‘te nauw’ zijn. Dit is echter bijna nooit het geval. Het nauwe gevoel wordt veroorzaakt door de verhoogde spanning van de bekkenbodemspieren

Dyspareunie is een steeds terugkerende genitale pijn voor, tijdens of na gemeenschap. Er zijn twee soorten dyspareunie.

Diepe dyspareunie is pijn bij penetratie, diep in de vagina of in de onderbuik. Oppervlakkige dyspareunie is pijn die voorkomt bij het binnengaan van de vagina door een penis, tampon, vinger, speculum. Soms is zelfs een lichte aanraking pijnlijk.

Het onderscheid tussen vaginisme en dyspareunie is soms moeilijk te maken. Bij dyspareunie ligt de nadruk op de pijn, bij vaginisme op het opspannen van de bekkenbodemspieren. Zoals blijkt uit de schematische voorstelling hieronder gaan het opspannen en pijn hand in hand. Het beantwoorden van de vraag wat eerst aanwezig was, het opspannen (vaginisme) of de pijn (dyspareunie) is heel moeilijk omdat het één vaak resulteert in het ander

Onderstaande figuur maakt de dynamiek duidelijk die zich ontwikkeld wanneer een vrouw pijn ervaart bij het vrijen. Er ontstaat een viscieuze cirkel die zowel bij vaginisme als dyspareunie de kern van het probleem vormt: wanneer een penis (of tampon, speculum, vinger, …) in de buurt komt, treedt de gedachte aan pijn op. Daarmee gaat vaak angst gepaard (dit kan ook onbewust verlopen). Bij penetratie zal de vrouw minder opgewonden worden  en mogelijks opspannen. De vagina zal minder vochtig worden en ze zal haar bekkenbodemspieren opspannen. Door wrijving met de penis kan de vaginawand geirriteerd geraken waardoo kleine wondjes kunnen ontstaan. Als dit herhaaldelijk voorkomt zal de reactie sterker worden.

Pijn bij het vrijen is een probleem dat doorheen de jaren vaak verergert. Daarom is het belangrijk om hiervoor hulp te zoeken.

De behandeling van pijn bij het vrijen bestaat uit verschillende onderdelen. Eerst en vooral wordt tijdens een gesprek met een seksuoloog stilgestaan bij de mogelijke oorzaken van dit probleem. Tenzij er recent een gynaecologisch onderzoek gebeurde waarbij geen medische oorzaken werden vastgesteld, word je doorverwezen naar een gynaecoloog. Het is erg belangrijk om duidelijkheid te hebben over het al dan niet aanwezig zijn van somatische factoren. Wanneer je angst ervaart voor een gynaecologisch onderzoek neemt de seksuoloog te tijd om dit te bespreken.

Tijdens de gesprekken met een seksuoloog worden de psychologische aspecten uitgediept. Mogelijke onderliggende elementen komen aan bod: seksuele opvoeding, eventuele trauma’s (pijnlijk medisch onderzoek, seksueel trauma, …), relationele moeilijkheden. Er wordt stilgestaan bij de angst voor de pijn tijdens, voor en na het vrijen.  Meestal krijg je als koppel opdrachten mee naar huis die o.a. bedoeld zijn om de bewustwording van de aanwezige gevoelens te verhogen.

Een ander aspect van de behandeling is het lichamelijke aspect. Het lichaam heeft doorheen de tijd een reflex opgebouwd, het spant op bij de verwachting dat er iets in de vagina zal binnengaan. Deze reflex dient ook weer afgeleerd te worden. Dit gebeurd met behulp van pelottes. Dit zijn plastic staafje van verschillende grootte die thuis stap per stap worden ingebracht. De bedoeling is dat er hierbij geen pijn wordt ervaren en dat je als vrouw de kans krijgt om de signalen van je lichaam te leren begrijpen. In deze fase is het aan te raden om op seksueel vlak een tijdje geen penetratie te hebben, om te vermijden dat dit weer een pijnlijke ervaring is en de link tussen pijn en penetratie verder wordt versterkt. Indien aangewezen word je doorverwezen naar een bekkenbodemtherapeute (d.i. een kinesitherapeute die gespecialiseerd is in bekkenbodemproblemen) die je help met het afleren van de opspanningsreflex.

Bij algemene spanningsklachten of andere lichamelijke problemen kan je doorverwezen worden naar een osteopaat.